Laag BMI of een laag vetpercentage?

Laag BMI of een laag vetpercentageWat is nu beter, een laag BMI of een laag vetpercentage?

In de afgelopen jaren werd een verschuiving in de sportwereld zichtbaar. Er zijn meer mensen aan het bewegen geslagen en je ziet de laatste vijf jaar een combinatie ontstaan van bewegen en gezonde voeding. Er zijn veel (bekende) fitnessgoeroes die hun strakke en sterke lichaam showen en zijn veel nieuwe afslankboeken op de markt gekomen om op een makkelijke manier lichaamsgewicht te verliezen. Iedereen lijkt wel een strakker, sterker en fitter lichaam en een gezondere levensstijl te willen hebben. Mensen gaan ver om hun doelen te kunnen behalen. Maar, wanneer ben je tevreden?

Daarom stel ik je een vraag: ben jij tevreden met een laag lichaamsgewicht of ben jij tevreden met een lager vetpercentage en een iets hoger lichaamsgewicht?

BMI

Om te weten wanneer jij een gezond lichaamsgewicht hebt, kun je de Body Mass Index (BMI) tabel toepassen. Dit model geeft aan of jouw lichaamsgewicht past bij jouw lengte. Een gezond BMI scoort tussen de 18,9 en 25. Wist jedat je dit zelf ook kunt berekenen? Gebruik daarvoor de volgende formule: lengte x lengte= getal. Lichaamsgewicht : getal is BMI. Het is natuurlijk prettig om een gezond lichaamsgewicht te hebben, maar hoe belangrijk is je vetpercentage?

Vetpercentage

In mijn ogen bepaalt je vetpercentage of je gezond bent. Daarnaast geeft een vetpercentage ook aan hoeveel (of hoe weinig) gezondheidsrisico’s je loopt. Bepaalde ziekten en aandoeningen worden versterkt door de hoeveelheid vetten in het lichaam. Denk hierbij aan hart en vaatziekten, diabetes, herseninfarcten, enz. Ook heb je meer kans op ontstekingen, met slechter herstel en blessures. Persoonlijk vind ik deze gezondheidsrisico’s best heftig. Gelukkig heb je veel dingen zelf in de hand en kun je er zelf ook een hoop aan doen. Denk hierbij aan gezonde voeding en voldoende bewegen. Maar wanneer weet je nu of je een goed vetpercentage hebt? Er zijn veel methodieken om je vetpercentage te meten. Denk hierbij aan speciale weegschalen, meetlinten en huidplooimetingen.

Huidplooimetingen

Wanneer je een huidplooimeting gaat doen, heb je een huidplooimeter nodig en iemand die jou helpt bij het meten. In de praktijk worden meestal vierpunts metingen gedaan. Tijdens deze meting meet je op vier plekken (biceps, triceps, schouderblad en middel) het vet. Bij deze meting worden lees je de mm af en deze schrijf je op. Wanneer alle vier de punten gemeten zijn, kom je op een x aantal millimeters uit en deze waarden kun je dan aflezen in een tabel. De tabel geeft weer hoeveel vetten je hebt. Het percentage verschilt per geslacht en leeftijdsgroep. Gemiddeld is een vetpercentage van een man russen de 18-25% en voor een vrouw tussen de 25-31%. Deze waarden kunnen echter afwijken als je je in een andere leeftijdscategorie bevindt..

Het is goed om je lichaamsgewicht in de gaten te houden, maar doe dit ook met je vetpercentage. Maak nieuwe doelen, pas je beweegprogramma iets aan en ga voor een verlaging van je vetten. Daarnaast geldt: hoe lager je vetpercentage, hoe mooier je spieren uitkomen.

Liefs, Stefanie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge